Een kleuterhoofd werkt zo

Ik heb een kleuter in huis. Hun hoofd werkt iets anders dan het onze. Dit heb ik ondertussen geleerd:

1. Delen:
Broertje heeft een pot vast en zit flink te roeren. Kleuter denkt: “Hé! Dat is MIJN pot. IK wil daar nu mee spelen. Wacht eens even.” Broertje krijgt een duw en de pot wordt uit zijn handen gegrist. “Maar het is MIJN pot mama, ziet jij dat dan niet?” zegt de kleuter als ik zeg dat hij zijn broer niet mag duwen. Duidelijk toch?

 2. Flink eten:
De kleuter kijkt naar zijn bord en haalt zijn neus op. “Maar dat eet ik niet graag.” Weet jij dat nu nog niet mama? zegt zijn blik.  “Ik eet liever pannenkoeken” geeft hij als tip mee. “Groeten zijn gezond” probeer ik nog. Eet ze dan maar zelf op mama, lijkt hij te denken.

 3. Bedritueel:
“Moet ik nu al gaan slapen? Maar ik ben nog nieeet moe!” zegt de kleuter terwijl hij in zijn ogen wrijft en bijna omver valt van de vaak. Nog een verhaaltje lezen en dan flink slapen hoor. “Blijf je nog even hier mama? Ik heb dorst. Mijn neus is vuil. Nog een knuffel, nog een zoen…?” passeren de revue. Alle redenen zijn goed om het slapen nog even uit te stellen. Soms word je er zelf moe van.

4. Vroege vogels:
“Slapen in mijn bed? Neeuh, dat is super saai. Ik sta ’s morgens lekker vroeg op. Vooral als het weekend is.” denkt onze kleuter. Maar als we na het middagdutje van broer ergens naartoe gaan, is het gegarandeerd prijs. Dan valt meneertje-nooit-moe in slaap in de auto en wordt hij meneertje donderwolk als je hem wakker maakt.

 5. Geduld:
De kleuter heeft iets gemaakt. Hij roept mama om direct te komen kijken. “Mama,kom eens kijken” “Oké, maar dan moet je even wachten, want ik ben je broer aan het verversen. Kleuter denkt: “Mama heeft weer geen tijd voor mij. Even mijn keel opzetten: MAMA,JE MOET NU KOMEN!” “Ja, straks. Je hoeft niet zo te roepen.” Kleuter denkt: “Wacht, ik ga even lekker tieren met veel drama: Je. Moet. NU. Komen! Zo, nu zal ze wel snel komen. En anders ga ik haar nog wel even slaan.” Geduld is een schone deugd, vooral voor mama’s.

 6. Luisteren:
Het huis is ontploft. Orkaan M. is langsgeraasd en die heeft een spoor van speelgoed achtergelaten. Kleuters doen niets liever dan alles rondgooien, maar dan ook echt alles! Tijd om op te ruimen. “Daar heb ik nu echt geen zin” denkt de kleuter. Ik doe net alsof ik mama niet gehoord heb.” en hij speelt rustig verder. Komaan, opruimen! klinkt het. “Ik wacht nog heel even. Misschien geeft ze het wel op en begint ze er zelf aan?”. Pas als ik boos word, schiet hij in actie. En zo is het met alles. Soms denk ik echt dat er een banaan in zijn oren zit.

7. Aankleden:
Mijn kleuter kan zichzelf aankleden. Of hij doet pogingen. Maar vaak is alles nét veel interessanter dan zijn kleren aandoen. Dan racet hij met zijn blote poep door de kamer of zingt hij een liedje met een dansje erbij. “Die kleren doe ik straks wel aan mama” roept hij nog. Zucht! Het raakt echt zijn koude kleren niet.

 8. Zich haasten: 
Een kleuter laat zich niet opjagen. Maar écht niet. “Komaan broer, doordoen” zeg ik tegen de kleuter die zijn boterham op zijn dooie gemak opeet. Als hij het al hoort, dan gaat er alleszins zeker geen belletje rinkelen. Oké, kauwen is belangrijk. Maar daar hoef je echt geen uren over te doen. Ik probeer nog eens zwakjes met “We komen echt te laat hoor”, waardoor de kleuter me peinzend opneemt. “Dat is dan jouw probleem” zegt zijn blik en hij kauwt rustig verder.

Ja, die kleuters. Maar ze kunnen ook zo geweldig zijn. Heel soms 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s